Op reis 1 – Op reis met een heilige

De pelgrimsreis van Sint-Brandaan is een van de oudste reisverhalen die Nederland rijk is. In het beroemde verhaal krijgt de Ierse abt Brandaan een boek in handen waarin de wereld in al zijn rijkheid wordt beschreven, met hemelen, engelen en gigantische vissen die een woud op hun rug meetorsen. 

sintbrandaan2
Sint-Brandaan en zijn metgezellen.

Wanneer Brandaan leest dat de aartsverrader Judas iedere zaterdagavond respijt krijgt van zijn folteringen in de hel, gooit Brandaan het boek woedend in het vuur. Zoiets kan niet waar zijn! Op last van God moet Brandaan een lange zeereis van negen jaar maken om de wonderen van God zelf te zien en zelf te geloven. Onderweg ontmoet hij reuzen, duivels, engelen en dolende zielen, paradijselijke steden en een man die met een pipet de oceaan druppel voor druppel meet. Uiteindelijk komt hij oog in oog te staan met Judas en moet hij de schrijver van het boek gelijk geven. Brandaan keert terug als een veranderd en wijs man.

De reis van Sint-Brandaan is een twaalfde-eeuwse tekst die aan ons is overgeleverd via twee beroemde veertiende-eeuwse handschriften, het handschrift-Van Hulthem en het Comburgse handschrift. Naast de Middelnederlandse versie werd het verhaal ook een succes in het Middelhoogduits en het Latijn. Het laat zien hoe mensen uit deze tijd nadachten over een nog onontdekte, mysterieuze wereld.

Vragen en opdrachten

1. Bestudeer het volgende fragment uit het veertiende-eeuwse Comburgse handschrift en beantwoord de vragen. Het fragment vind je hier.

a. Maak, eventueel in tweetallen, een afschrift van het fragment. Neem de tijd: het kan even duren voor je gewend bent aan het handschrift. Om je op weg te helpen is de eerste regel al gegeven. NB Het Middelnederlands kent twee vormen voor de letter <s>: ‘s’ en ‘ſ’. Met behulp van een streepje boven een letter geeft de kopiist daarnaast aan dat het woord is afgekort.
b. Noteer wat je opvalt aan de schrijfwijze van de oorspronkelijke tekst. Geef voorbeelden.
c. Noteer van welk metrum en rijm de tekst gebruikmaakt.
d. In de voorlaatste regel staat de Griekse afkorting ‘xps’. Schrijf op wat dit betekent. Kijk goed naar de context van het fragment.
e. Dit fragment is het allerlaatste stuk uit de Brandaan. Het wordt voorafgegaan door de regels: “Nu biddic elken ende rade / Dat niemen en versmade / Brandaens auontuere”. Beargumenteer wat de wijze les is die de tekst aan ons wil meegeven.

2. In de Brandaan zien we de vragen terug die twaalfde-eeuwers aan de wereld en aan de Bijbel stelden. Lezers en luisteraars geloofden in de wereld als een boek van God: je kon de waarheid in de schepping lezen. Lees regel 1321-1556 in de hertaling van Willem Wilmink. De originele tekst en de hertaling vind je hier. Brandaan ontmoet hier de oerverrader Judas.

a. Beschrijf hoe de hel in deze passage wordt voorgesteld.
b. Leg uit waarom Judas een wapperende doek gekregen heeft tegen de hitte.
c. In de twaalfde eeuw werd een heilige gezien als iemand die een speciale band met God heeft, met wie hij spreekt en die soms zijn gebeden verhoort. Op welke manier blijkt in dit fragment dat Brandaan een heilige is? Beargumenteer je antwoord.

3. Lees regel 519-624 over Brandaans ontmoeting met de heerser van Pamphilië en Cappadocië, koninkrijken in het huidige Turkije.

a. De heerser vertelt zijn levensverhaal. Leg uit waarom hij volgens het boek niet in- en inslecht is.
b. Wat is zijn lot dat God hem heeft gegeven?
c. De heerser bevindt zich niet in de hemel of de hel. Met welk christelijk concept kun je zijn situatie omschrijven? Motiveer je antwoord.

4. Lees ten slotte regel 2065-2100. Leg uit waarom de man de zee meet en wat de wijze les in deze passage is.

5. In 1990 schreef Paul Biegel een jeugdroman over Sint-Brandaan. In Anderland is de heilige veranderd in de schipbreukeling Bran. Lees hoofdstukken 17 en 18. De tekst vind je hier.

a. Er is een contrast tussen de manier waarop Bran wordt gepresenteerd en de manier waarop de eilandbewoners hem zien. Leg dat uit.
b. 
De eilandbewoners speculeren over de vogels die Bran tijdens zijn reis heeft gezien. Beschrijf wat hun ideeën hierover zijn en wat Bran er zelf van denkt.
c. V
at samen hoe de eilandbewoners en hoe Bran naar de buitenwereld kijken. Noem ten minste één voorbeeld.